Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen om bladluizen te bestrijden is niet altijd compatibel met nuttige insecten. De introductie van deze natuurlijke vijanden wordt vaak toegepast, maar kan een aanzienlijke kost met zich meebrengen. Daarom is het aangewezen om zowel commercieel uitgezette als van nature aanwezige nuttigen te ondersteunen.
Bankerplanten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Dit zijn planten die in het gewas worden geïntegreerd om nuttige insecten aan te trekken, te voeden en te huisvesten. Ze fungeren als een soort ‘anker’ voor natuurlijke vijanden, waardoor deze zich beter kunnen vestigen en sneller reageren op toenemende plaagdruk. Ook binnen de aardbeienteelt groeit de interesse in dit soort functionele planten als onderdeel van geïntegreerde gewasbescherming.
Alyssum als veelbelovende bankerplant
Lobularia maritima, beter bekend als Alyssum of zilverschildzaad, is internationaal een veelgebruikte bankerplant. Onderzoek toont aan dat deze soort verschillende nuttigen aantrekt, zoals sluipwespen, galmuggen, zweefvliegen en Orius-soorten. Deze insecten spelen een belangrijke rol in de bestrijding van onder andere bladluizen en trips.
In praktijkteelten, bijvoorbeeld in Zuid-Spanje, wordt alyssum dan ook frequent ingezet, onder meer in tomatenteelten. Onder gecontroleerde omstandigheden werden er door FREDON Hauts-de-France verschillende bankerplanten vergeleken, waaronder goudsbloem en Oost-Indische kers. Alyssum kwam daarbij als meest interessante soort naar voren, omdat deze de voortplanting van de aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae), een veel voorkomende bladluis in aardbei, minder stimuleert dan sommige alternatieven.
Eenvoudig integreerbaar in aardbeienteelt
Alyssum heeft een lange bloeiperiode. In proeven bleef de plant minstens zes maanden bloeien, wat goed aansluit bij de teelt van doordragers. Deze langdurige bloei zorgt voor een continue voedselbron voor nuttige insecten.
In substraatteelt zijn er twee mogelijke plaatsingen: in potten op de goot of onder de goot.
- Telers geven vaak de voorkeur aan plaatsing in potten onder de goot, omdat dit geen productieruimte inneemt en de bankerplanten minder worden blootgesteld aan gewasbeschermingsbehandelingen.
- Ook in vollegrond kan Alyssum eenvoudig worden ingezaaid.
- Bij plaatsing op de goten blijkt de plant ook goed te gedijen met de voedingsoplossing die wordt gebruikt in de aardbeienteelt.
Eerste grootschalige proef toont toename aan mummies
In een proef die in 2023 werd gefinancierd met GMO-middelen van REO, werden twee afdelingen van elk 330 m² ingericht. In één van deze afdelingen werden acht potten geplaatst, telkens met vier alyssum-planten. Daarnaast werden verschillende nuttigen uitgezet — waaronder sluipwespen, gaasvliegen, zweefvliegen en galmuggen — om de bladluizen te beheersen.
Door een zeer hoge bladluisdruk werd geen duidelijk effect van de alyssum-planten op de bladluispopulatie vastgesteld (Figuur 1 en 2). Wel werd een duidelijke toename van gemummificeerde bladluizen waargenomen, wat wijst op een hogere activiteit van sluipwespen. Andere uitgezette nuttigen werden eveneens regelmatig waargenomen, maar hierin werden geen significante verschillen vastgesteld.


Meerwaarde, maar geen mirakeloplossing
In kader van het Réfléchi-project werden na labo- en serreproeven alyssum-planten uitgezet op zeven praktijksites in West-Vlaanderen en Frankrijk in 2025. Op de alyssum-planten werden diverse nuttige insecten waargenomen (Tabel 1). De resultaten tonen aan dat alyssum kan bijdragen aan een snellere vestiging van nuttigen in aardbeiplanten (data niet weergegeven).

Op één site werd bovendien een afstandseffect vastgesteld: dichter bij de alyssum-planten werd minder bladluis aangetroffen. Het effect op de plaagdruk blijft echter sterk afhankelijk van de omstandigheden, zoals omgeving en historiek en is niet altijd eenduidig aantoonbaar. Bankerplanten vormen dan ook geen wondermiddel, maar eerder een waardevolle ondersteunende maatregel binnen een geïntegreerde strategie.
Aandacht voor plagen en risico’s
Naast nuttigen werden ook plagen waargenomen op de alyssum-planten. Trips kwam steeds voor, maar bleef onder controle dankzij de inzet van roofmijten. Zowel in aardbei als in alyssum werden dezelfde tripssoorten teruggevonden.
Een belangrijk aandachtspunt is de brandnetelprachtwants (Liocoris tripustulatus). Deze soort werd op drie praktijksites aangetroffen en veroorzaakte op één locatie schade door het aanprikken van bloemknoppen, wat leidde tot misvormde vruchten. De wants kwam voornamelijk voor op de alyssum-planten, waardoor gerichte bestrijding mogelijk was.

Ook in 2026 wordt het gebruik van alyssum verder opgevolgd, met bijkomende aandacht voor de meerwaarde, het afstandseffect en mogelijke risico’s.



