Koolwittevlieg: een plaag die zich snel verspreidt. Hoe ver staan de alternatieve bestrijdingsmethoden?

De koolwittevlieg (Aleyrodes proletella) wordt tegenwoordig beschouwd als een belangrijke plaag  in de Frans-Belgische teeltregio. Aanvankelijk werd de vlieg in de jaren '90 sporadisch waargenomen in Nederland en Duitsland, maar vandaag treft de plaag vooral België en Noord-Frankrijk en breidt deze zich zelf uit naar Bretagne en de Elzas! De veroorzaakte schade kan aanzienlijk zijn. Het insect zuigt plantensap, verzwakt de plant en scheidt honingdauw af. Op deze honingdauw kan roetdauw ontstaan. De kolen worden dan plakkerig zwart en zijn ongeschikt voor de verkoop.

De wittevlieg: plaag brengt de koolteelt in Hauts-de-France en België in gevaar

De koolwittevlieg houdt van warme en droge omstandigheden, maar overleeft eveneens uitstekend de mildere winters. Dit verklaart waarom de druk bijna elk jaar aan het einde van het seizoen groot is. In onze grensregio, waar de productie van kolen in de zomer aanzienlijk en divers is (spruiten, boerenkool, bloemkool, witte kool…), beschikken de telers niet over doeltreffende bestrijdingsmiddelen en worden ze bovendien geconfronteerd met het uit de handel nemen van werkzame stoffen. Daarom dus het belang om alternatieve methoden te onderzoeken.

In deze context is een samenwerking tussen FREDON Hauts-de-France en Inagro opgestart, onder het Interreg-project Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen 'REFLECHI'. Onder andere dus om alternatieve oplossingen te evalueren voor het terugdringen van de populaties van witte vliegen op kool. Sinds 2024 worden in het kader van dit project experimenten uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden en in het veld. Het doel is tweeledig:

  • Het gedrag van de wittevlieg beter begrijpen.
  • Verschillende natuurlijke stoffen testen die kunnen werken als afweer, preventieve of curatieve maatregel. 

Alternatieve bestrijdingsmethoden voor de bestrijding van wittevlieg


Strategiebeschrijving en types effecten

Een bestrijdingsstrategie tegen de koolwittevlieg kan gebaseerd zijn op een combinatie van verschillende maatregelen die zowel directe als indirecte effecten op deze plaag hebben. Deze effecten kunnen divers zijn:

  1. preventief om te voorkomen dat wittevliegen zich op de kool vestigen, 
  2. afstotend om wittevliegen te verjagen,
  3. curatief

Curatief betekent met een directe insecticidewerking op de wittevliegen. In dit verband zijn verschillende biologische bestrijdingsmiddelen (klei, mengsels van etherische oliën, …) getest om hun effect op wittevliegen te beoordelen. Deze middelen zijn geselecteerd op basis van resultaten van eerdere  studies of wetenschappelijke literatuur.

1. Afstotende werking van natuurlijke oplossingen

Allereerst bestond het onderzoek naar de afstotende werking van verschillende natuurlijke oplossingen uit een vergelijking tussen twee groepen. Namelijk behandelde koolplanten versus onbehandelde koolplanten, waarbij  de oplossingen werden aangebracht alvorens de wittevliegen op de koolplanten werden uitgezet. Dit onderzoek leverde interessante trends op, maar geen statistisch beduidende verschillen.

  • Niettemin heeft klei op zichzelf vooral een afstotend effect om te voorkomen dat adulten zich op de kool vestigen.
  • De combinatie van klei en het mengsel van essentiële oliën van citroengras (Cymbopogon  winterianus Jowitt ex Bor) en oregano (Origanum compactum) bleek in alle stadia interessant.
  • Afzonderlijk getest is het mengsel van essentiële oliën van citroengras en oregano vrij actief tegen de eitjes.
  • Gips in poedervorm blijkt effect te hebben op volwassenen en larven.

2. Curatieve werking (klimaatkameronderzoek)

Het onderzoek naar het letale (curatieve) effect, eveneens uitgevoerd in de klimaatkamer, maakte het mogelijk om behandelingen op basis van klei alleen of in combinatie met etherische oliën op wittevliegen op kool te evalueren.

  • Klei alleen behaalde de beste resultaten, voornamelijk op de larvale stadia.
  • De combinatie van klei en het mengsel van essentiële oliën van citroengras en oregano vertoont ook interessante tendensen. Voornamelijk op de larven en in mindere mate op de eitjes.
  • Het mengsel van essentiële oliën van citroengras en oregano is pas vanaf vier behandelingen effectief tegen de larven.

3. Preventieve werking onder gecontroleerde omstandigheden

De preventieve werking van de verschillende stoffen die onder gecontroleerde omstandigheden zijn getest, is gemeten om te bepalen of deze behandelingen de vestiging  van de wittevlieg kunnen voorkomen. Het preventieve effect van de verschillende behandelingen lijkt relatief zwak. Bijvoorbeeld werd voor de behandelingen met het mengsel van etherische oliën, gips en het mengsel van etherische oliën in combinatie met gips geen significant verschil waargenomen ten opzichte van de controlegroep. Het product bestaande uit plantenextracten van wintergroen (Gaultheria procumbens), citroengras (Cymbopogon citratus), kaneel (Cinnamomum verum), geranium (Pelargonium graveolens), karwij (Carum carvi) en hulpstoffen, heeft alleen effect op volwassen exemplaren en pas vier dagen na de behandeling. Wat betreft klei en de combinatie van klei en etherische oliën: deze laten bemoedigende resultaten zien en blijken effectiever te zijn dan de andere behandelingsmethoden, hoewel het effect gematigd blijft.

 

Toepassing, veldresultaten en beperkingen van alternatieve bestrijding

Praktische aandachtspunten bij kleigebruik

De resultaten die zijn behaald bij de met klei behandelde koolplanten zijn aldus bemoedigend. Herhaaldelijk is vastgesteld dat wittevliegen de voorkeur gaven aan delen van de koolbladeren die niet met klei waren bedekt om zich daar te vestigen en eitjes te leggen. Deze  waarneming biedt interessante perspectieven, maar er moeten nog verschillende technische punten worden verduidelijkt. Het gaat met name om het bepalen van:

  • Hoe kan een gelijkmatige toepassing van de klei worden gewaarborgd, met name op de onderzijde van de bladeren waar de wittevliegen zich concentreren,
  • Hoe een optimum bereikt kan worden in de toe te passen dosis, de frequentie van de behandelingen, de keuze van eventuele hulpstof dat de verspreiding van de verstoven druppeltjes vergemakkelijkt voor regenvastheid.

Veldproef met verstuivers oliën

Uit het onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden, uitgevoerd in het kader van REFLECHI, is herhaaldelijk gebleken dat de combinatie van essentiële oliën van Javaans citroengras en compacte oregano een afstotende werking heeft op wittevliegen. Er is daarom in het kader van REFLECHI een veldproef uitgevoerd om dit effect onder natuurlijke omstandigheden te testen, dit met behulp van verstuivers. Het aantal wittevliegen op de koolplanten werd genoteerd op verschillende afstanden van de verstuivers (5, 10, 15, 20, 25, 35 m). De verkregen resultaten komen niet overeen met de veelbelovende resultaten van de studies onder gecontroleerde omstandigheden. Het gemiddelde aantal volwassen wittevliegen en eitjes per kool wordt namelijk niet beduidend beïnvloed door de afstand tot de verstuivers.

Praktijkproef in Vlaanderen (bespuitingstechnieken en UV-C)

Afgelopen zomer lag in Vlaanderen een volleveldsproef aan in spruitkool waar diverse bespuitingstechnieken met elkaar werden vergeleken onder praktijkomstandigheden. De volgende technieken lagen aan:

  • conventionele dop (enkele dosis),
  • luchtondersteuning (enkele en halve dosis),
  • airtec (enkele en halve dosis).

Een enkele dosis werd bepaald op 20 kg/ha in een spuitvolume van 400 l/ha. De halve op 10 kg/ha aan 200l/ha, wat een behoud van concentratie betekent. Desondanks de vroege inzet, konden tussen de proefobjecten en de onbehandelde geen beduidende verschillen worden waargenomen.

Bovendien werd op hetzelfde  perceel een fase van intensieve UV-C-behandelingen uitgevoerd. De doeltreffendheid van deze technologie tegen de wittevlieg was eerder aangetoond onder laboratoriumomstandigheden. Er werden zeven behandelingen uitgevoerd met verschillende  rijsnelheden — en dus met verschillende doses — over een periode van drie weken. Niettemin kon er in dit tweede experiment geen significante effectiviteit worden waargenomen ten opzichte van de onbehandelde controlegroep.

Nood aan herziening van strategie

Deze twee onduidelijke resultaten maken het dus noodzakelijk om de experimentele strategie te herzien en nieuwe benaderingen te ontwikkelen voor het komende teeltseizoen.

Vooruitzichten voor 2026

Uit het onderzoek in het kader van REFLECHI blijkt dat de bestrijding van de wittevlieg op kool een gecombineerde aanpak vereist, waarbij verschillende bestrijdingsmiddelen worden geïntegreerd.
Klei blijft een serieuze optie, zowel preventief als curatief, dankzij de fysieke werking en het potentieel als barrière voor de eierlegging. Toekomstig onderzoek moet het volgende verduidelijken:

  • De uniformiteit van de toepassing, met name op de onderkant van de bladeren.
  • De optimale dosering, de frequentie van de behandelingen en de weerstand tegen uitspoeling.
  • De combinatie met adjuvantia om de dekking en de doeltreffendheid te verbeteren.

Etherische oliën bieden mogelijkheden, maar hun doeltreffendheid blijft te variabel en hangt sterk af van de omstandigheden en de samenstelling.

Aanvullende benaderingen die onderzocht moeten worden:

  • Testen van nieuwe spuittechnieken voor de toepassing van witte klei in het veld;
  • Compatibiliteit van de behandelingen met nuttige organismen;
  • Combinatie van klei met andere fysische of biologische oplossingen om het afstotende en curatieve effect te versterken.

Kortom, om tegemoet te komen aan de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en vermindering van de inzet van middelen, is het essentieel om de ontwikkeling en evaluatie van alternatieve bestrijdingsmiddelen voort te zetten. Oplossingen die een combinatie vragen van een fysische, biologische en agronomische benaderingen. Het seizoen 2026 biedt nieuwe kansen om de strategieën te optimaliseren en de gewasbescherming in de groenten tegen deze zich uitbreidende plaag te versterken.

Gepubliceerd op 07 mei 2026